Dojo etiquette

Een Dojo is geen oefenzaal zoals bij alle andere sporten, maar wel een plaats voorbehouden aan het beoefenen van Krijgskunsten uit het Verre Oosten.

Men dient aldus de volgende etiquette in acht te nemen:

Op het gebied van respect

Steeds voor de Leraar in seiza zitten op de tatami.
De tatami is geen speelplaats, wees dus rustig en stil.
Geef nooit zelf “les” aan iemand die na u begonnen is, daarvoor is de leraar er.
Bij laattijdig betreden van de tatami of vroeger weggaan, vraag de toestemming aan de leraar.
Wacht in seiza aan de rand van de tatami tot hij u teken geeft.
Roep nooit de leraar om u iets te komen tonen.

Groet steeds in seiza:
De leraar telkens hij iets aantoont.
Bij het betreden en verlaten van de Dojo.
Bij het betreden en verlaten van de tatami.
De partner bij het begin en einde van een oefening.
De wapens (in de richting van de kamiza) bij het begin en het einde van het gebruik ervan.

Op het gebied van hygiëne

Let steeds op de netheid van de keiko-gi en de verzorging van het lichaam (nagels van handen en voeten kort, gewassen lichaam en haar), draag nooit sieraden (uurwerk, ring, halsketting, oorbellen etc.). Snoep niet op de tatami.

Allerlei

Respecteer de lokalen en voorwerpen die dienstig zijn voor uw Aikido beoefening en help mee om alles proper te houden.
Alleen de leraar kan oordelen over uw bekwaamheid en mogelijkheden om testen af te leggen voor een hogere graad.
Men vraagt nooit zelf om een test af te leggen.
Bij sportongeval onmiddellijk de leraar verwittigen. (een ongevalsaangifte dient binnen de 4 dagen gestuurd te worden naar de Federatie!).

Het respect voor de partner is een zeer belangrijk deel van de Aikido beoefening, en dit respect beperkt zich niet alleen tot de partner, maar is eveneens vereist tegenover de oefenkledij (keikogi, obi, hakama) en de wapens (bokken, jo, tanto).

De groet

Het groeten van de partner bij het begin en het eindigen van een oefening gebeurt dikwijls slordig, ongecontroleerd, m.a.w. de groet onwaardig.

Bovendien is er een groet die men weinig ziet, en die ‘O Sensei nochtans zeer belangrijk vond omdat het duidelijk het wederzijds respect weergeeft op de tatami, namelijk:
Het groeten van de eerste partner bij het begin van de les in seiza, zelfs als het om een oefening gaat die staande wordt uitgevoerd.
Bij het einde van de les, na het afgroeten, gaat men de laatste partner met wie men gewerkt heeft eveneens groeten in seiza.

Aikidoka’s, al dan niet in Gi en/of Hakama, die niet op de mat staan,
groeten toch steeds rechtstaand mee met de groet naar O’Sensei en de groet naar de leraar in het begin en op het einde van de les!

De oefenkledij

De oefenkledij – keiko-gi – is steeds proper gewassenen niet gescheurd of uitgerafeld.
De hakama wordt op de juiste manier gedragen en opgeplooid na de les: dit opplooien mag niet overhaast gebeuren, het gaat hier eveneens om een training van de geest en het tot kalmte komen van het lichaam.

De wapens

Bokken, Jo, Tanto, moeten goed onderhouden zijn, niet beschilderd of beplakt en zonder barsten of afgesplinterd.

Het plaatsen van de wapens
Voor men op de tatami komt, moet men zijn wapens plaatsen:
De punt en de snijkant van bokken en tanto weg van de kamiza.
De wapens staan niet tegen de muur (kunnen omvallen).
Indien mogelijk zo kort mogelijk bij de zooris.
Tegen de kant van de tatami met het handvat tegen de tatami om gemakkelijk te nemen.
Volledig uit de wapenzak (zelfs als men die les niet met wapens werkt) zodat het nemen snel kan gebeuren (zanshin), en uit respect voor de partner die men niet laat wachten.

Het nemen van de wapens tijdens de les
Men plaatst een knie aan de rand van de tatami.
De rug niet naar de kamiza.
Het bovenlichaam blijft recht (shiseï).
Het nemen gebeurt met de vereiste zelfcontrole en aandacht voor de omgeving (zanshin).
Gericht naar de Kamiza worden de wapens met gestrekte armen op borsthoogte gebracht en gebeurt de groet van het wapen met een buiging van het hoofd waarbij de romp recht blijft!
De Bokken wordt met de rechterhand vast gehouden ter hoogte van de tsuba met de snijkant naar u zelf, idem voor de tanto.
Wanneer men zijn plaats gaat innemen op de tatami houdt men de jo in het midden vast, verticaal langs de rechterkant tegen het lichaam.
Idem voor de bokken en tanto bij het handvat vastgehouden, rechts tegen het lichaam, punt naar beneden, snijkant naar achter.

Buki Waza: Ken Waza, Tachi Dori, Jo Waza, Jo Dori
(Waza: het werken- Tachi: het zwaard – Dori: nemen)
Waneer men tegenover een partner komt te staan, komen de wapens in sage to om hem te groeten. Bokken ligt in de linkerhand, snijkant naar achter, punt naar beneden – groeten met een lichte buiging van het bovenlichaam.
Jo blijft in de rechterhand zoals hierboven, groeten met een lichte buiging van het bovenlichaam.

Het zwakke punt bij de groet en het gebruik van wapens
De ma-ai (afstand) tussen de beoefenaars bij het groeten met wapens
moet meer dan het dubbele zijn dan bij blote handtechnieken! Met de Jo nog groter dan met de bokken.

Bij het oefenen met wapens jo dori of tachi dori of kumi tachi (bokken tegen bokken) en jo tachi (jo tegen jo) worden dezelfde grove fouten gemaakt, namelijk dat de afstand tussen de beoefenaars veel te kort is. Dit betekent dat men een onwerkelijke toestand krijgt, en er geen realiteit is in het oefenen met wapens! Met andere woorden, zich bewegen op de tatami en trainen met de wapens zonder de juiste   ma-ai in acht te nemen is waardeloos en geven een geheel verkeerd beeld van de krijgskunst die Aikido is.

BESLUIT

Etiquette is belangrijker dan de technieken.

Het is nl. de geest die hier geoefend wordt!

Zelfs wanneer u ooit in een situatie moest komen waarin een conflict niet meer te vermijden is, dan zal de ervaring van de etiquette U toelaten om u op de beste en juiste plaats te bevinden, en wat het belangrijkste is, met een kalme, getrainde geest.                                         Dan alleen zullen de aangeleerde technieken een toepassing vinden om het conflict op te lossen.

Aikido club in Liedekerke